Eigen Ruwvoer Eerst!

Eigen ruwvoer moet weer centraal komen te staan in de rantsoen berekeningen. Te vaak wordt er niet gekeken of en hoe het eigen ruwvoer ingezet en partijen gecombineerd kunnen worden om tot een goed basisrantsoen te komen. Daarom wordt er meer gecorrigeerd met bijproducten en krachtvoeders. Dit leidt tot hogere kosten en een lagere benutting. Voortaan: Eigen ruwvoer eerst!

De kuilen zijn dit jaar zeer verschillend. Dit is mooi terug te zien in de grafiek waarin de X-as wordt gevormd door de maaidatum en de Y-as door Ruw Eiwit totaal, DVE en OEB.  Zoals te zien is, zijn er in alle oogstjaren verschillen tussen de kuilen.  In 2016 springt vooral het onderdeel penseiwit (OEB) er uit. Dit betekent dat als veel kuilen ‘alleen’ gevoerd worden, er flink gecorrigeerd moet worden om tot een goed rantsoen te komen.

 

 

In de voeradviespraktijk wordt de kuil die u voert of gaat voeren vaak als uitgangspunt genomen. Van daaruit gaat uw voeradviseur aan de slag om met aangekocht krachtvoer en droge en natte bijproducten tot een uitgebalanceerd rantsoen te komen.

Dit is echter een fundamenteel verkeerde aanvliegroute: Er wordt in deze werkwijze NIET EERST gekeken naar wat u totaal aan eigen ruwvoer op uw erf hebt liggen. En of en hoe deze partijen met elkaar te combineren zijn om tot een gebalanceerd basisrantsoen op basis van ruwvoer te komen. Als dat lukt is er namelijk een stuk minder aanvulling nodig en kunt u vaak met minder en/of simpeler krachtvoer en bijproducten af. Tegelijkertijd ligt de benutting van uw eigen ruwvoer veel hoger.

Uiteraard kan niet iedereen altijd meerdere kuilen open hebben liggen. Maar het gaat om het principe. Als u er op gewezen wordt dat die tweede snede toch wel erg mooi zou combineren met de eerste snede, gaat u toch eerder nadenken of dat komend jaar niet anders kan en kijken wat er misschien nu al mogelijk is. Want een hoge eigen ruwvoer opbrengst en benutting is nog altijd het beste wat u kunt doen voor uw portemonnee.

Eigen voer eerst dus en om dit te bereiken kunt u:

1. Zelf kritisch naar uw partijen ruwvoer kijken: welke partijen zouden bij elkaar passen en wat is er logistiek mogelijk.

2. Dit bespreken met uw voeradviseur, en hem vragen EERST naar uw ruwvoer te kijken voordat hij de uitbalancering van het rantsoen afrond met krachtvoer en bijproducten. Dus wat hebt u op het erf liggen? En hoe kunnen we verschillende partijen ruwvoer met elkaar combineren om tot een goede rantsoenbasis te komen waarin niet veel correctie meer nodig is?

3. Al gedurende het groeiseizoen kunt u met te verwachten verschillen rekening houden door partijen over de lengte van de plaat of silo over elkaar heen te kuilen (lasagnekuil). Kuilen kleiner en lager te maken. En eventueel wat kleine partijen die mogelijk als goed correctievoer kunnen dienen in de baal te stoppen (eiwitarm/eiwitrijk/snel/traag). Als u veel in balen stopt, is eigenlijk alles mogelijk maar is een codering van uw balen essentieel.

4. Nadenken en met uw adviseur bespreken wat voor type gras (VEM, Eiwit, Snelheid) nu eigenlijk het beste bij uw bedrijf past. Dit verschilt namelijk per bedrijf afhankelijk van de intensiteit en of u alleen gras kunt telen of gras en mais. 


Het gaat om de bewustwording, zelf de regie over de hoofdlijnen van uw rantsoen houden en ervoor zorgen dat u uw eigen ruwvoer maximaal benut.

Een laatste tip: er zijn op het moment veel kuilen die last hebben van broei. Als u veel last hebt van broei en daarnaast twee kuilen hebt die goed bij elkaar zouden passen, is het maken van een nieuwe, lagere mengkuil een serieuze optie. Het kost wat, maar de benutting gaat met sprongen omhoog en je bent in één keer van de broei af. 
Print
Auteur: Wim Honkoop
0 Reacties

Categorieën: Algemeen, RantsoenadviesAantal views: 487

Tags: eiwitruwvoer

Wim HonkoopWim Honkoop

Andere items van Wim Honkoop

Contact auteur

Uw naam
Uw e-mailadres
Onderwerp
Geef uw bericht in ...
x