Ga confrontatie tussen berekende en gemeten gewasopbrengsten aan

In de KringloopWijzer is er een eenvoudige mogelijkheid om de betrouwbaarheid van de ingevoerde hoeveelheden te checken. Dit kan door een vergelijking te maken tussen de berekende gewasopbrengst uit de KringloopWijzer en de gemeten voerpartijen. De confrontatie tussen berekende en gemeten gewasopbrengsten levert interessante informatie op voor uw bedrijfsmanagement.

Hoe werkt het?
De berekende gewasopbrengst gaat via de fosfaatkringloop waarbij de rekengang in de BEX de basis is. Via de berekende voeropname in de BEX, wordt ook de totale P-opname via voer berekend. Dit is de basis voor de berekening van de gewasopbrengst. Want de opname van P met ruwvoer, minus de aankoop van P met ruwvoer is de hoeveelheid P die met ruwvoer geoogst wordt.
De gemeten gewasopbrengst wordt bepaald op basis van de partijmetingen, die zijn opgegeven in het tabblad ‘voorraad aanleg’. De hoeveelheid weidegras (niet gemeten) is gelijk aan de berekende gewasopbrengst volgens de KringloopWijzer. Om tot een vergelijkbare gewasopbrengst te komen, wordt ook nu gecorrigeerd voor voeder-, conserverings-, weide- en veldverliezen. 

Oorzaken van verschillen in gewasopbrengst
Wanneer uit de confrontatie blijkt dat er verschillen zijn in gewasopbrengst dan kan dat komen door verschillende oorzaken:
  
Dieraantallen. Dit is een belangrijke basis voor het bepalen van de voederbehoefte.
Hoe nauwkeurig zijn de partijmetingen?
Hoe nauwkeurig zijn de voorraden ingeschat?
Hoe nauwkeurig is onderscheid gemaakt tussen eigen en aangekocht ruwvoer (gras en snijmaïs)?
Hoe nauwkeurig is de weidegang ingeschat?
Aankoop en gehaltes van overig ruwvoer. Vaak wordt bij de aankoop van deze categorie voedermiddelen gebruik gemaakt van forfaitaire gehaltes. Wijken deze in de praktijk af, dan heeft dat invloed op de berekende gewasopbrengst. Op bedrijven waar relatief veel van dit type voer wordt gebruikt, kan de invloed op de berekende gewasopbrengst groot zijn.
  

Voeding en het management van ruwvoer
Is de voeropname in werkelijkheid hoger dan wat de KringloopWijzer berekent dan kan dit betekenen dat de werkelijke VEM-opname hoger is dan berekend, bijvoorbeeld door:

Meer melk geproduceerd dan geleverd aan de fabriek (bijvoorbeeld door penicillinemelk die in de put terecht komt, huisverkoop, melk vervoederd aan kalveren).
Zwaardere dieren dan aangenomen bij de BEX
Andere tussenkalftijd dan aangenomen bij de BEX
Andere lengte van de droogstand dan aangenomen bij de BEX
Een minder efficiënte voeding (bijvoorbeeld door een te snelle passage van voer).

Bovenstaande betekent wel dat bij een hogere werkelijke gewasopbrengst dan nu weergegeven via de berekende gewasopbrengsten dat ook de werkelijke N- en P-excretie hoger is dan nu weergegeven.
Een situatie die ook mogelijk is, is dat de werkelijke gewasopbrengst hoger is dan nu weergegeven maar de voeropname wel klopt, dit betekent dan meestal dat de voederverliezen in werkelijkheid hoger zijn, dan standaard aangenomen in de KringloopWijzer of dat de inkuilverliezen (broei, conservering) in werkelijkheid hoger zijn, dan standaard aangenomen in de KringloopWijzer.
Het is dus heel interessant voor het management van uw bedrijf om deze confrontatiematrix eens met uw adviseur door te nemen.

Dit nieuwsbericht is gemaakt in het kader van het project 'Mijn KrinkloopWijzer'. 

Door: Michel de Haan (Wageningen University en Research) en Barend Meerkerk 

Voor meer info: www.verantwoordeveehouderij.nl





 



Print
0 Reacties

Categorieën: Nieuws, KringloopwijzerAantal views: 753

Tags:

Barend MeerkerkBarend Meerkerk

Andere items van Barend Meerkerk

Contact auteur

Uw naam
Uw e-mailadres
Onderwerp
Geef uw bericht in ...
x