Mest: wat er niet in gaat, komt er ook niet uit

Voor een goed bedrijfsresultaat in de melkveehouderij is het winnen van het juiste ruwvoer van groot belang. En om dit te behalen is de juiste bemesting essentieel. Maar weet u hoeveel u eigenlijk echt bemest heeft als u de tank weer afkoppelt of de loonwerker weer van het erf af rijdt? 
Analyses van mestmonsters laten grote spreidingen zien in de hoeveelheid stikstof en fosfaat. Van 2,9 tot 5,0 kg N per ton en van 0,9 tot 2,8 kg fosfaat per ton. Voor een deel komt dit doordat sommige mest gewoon dunner is dan de andere, dus een lager percentage droge stof(DS) doordat er bijvoorbeeld meer water in de put komt. Maar ook als de gehaltes gecorrigeerd worden naar een zelfde DS gehalte blijven er grote verschillen bestaan.

Voeding
Een verklaring voor het verschil in gehaltes zit in de voeding. Vee dat naar behoefte wordt gevoerd zal efficiënter met zijn mineralen omgaan en dus zal er minder in de mest terecht komen. Wat er niet in gaat komt er tenslotte ook niet uit. En tegenovergesteld geldt dan dat bij vee dat ruim boven de norm gevoerd wordt, de gehaltes aan stikstof en fosfaat in de mest hoger zullen zijn. 
Om meer inzicht in het verband tussen de voeding en de gehaltes aan stikstof en fosfaat in de mest te krijgen, zijn van verschillende melkveebedrijven de uitslagen van mestmonsters vergeleken met resultaten in de kringloopwijzer. Hierbij zijn de stikstof en fosfaatbenutting uit de voeding op het bedrijf vergeleken met de gehaltes aan stikstof en fosfaat in de mest. Deze resultaten zijn weergegeven in grafiek 1 en 2. Hoewel er veel spreiding is, laten deze grafieken al wel zien dat er verband is tussen de voeding en mest. Hoe hoger de stikstof en fosfaatbenutting hoe lager de gehaltes hiervan in de mest. 

Afwijking 
De spreiding is logisch doordat de benutting uit de kringloopwijzer berekend wordt over het hele jaar en over de gehele veestapel (inclusief jongvee), terwijl de mestmonsters voornamelijk afkomstig zijn van mest van melkvee en geproduceerd in de wintermaanden. Ook laat het stikstofgehalte een minder sterk verband zien met de benutting van de voeding dan het fosfaatgehalte. Dit komt doordat stikstof meer beïnvloed kan worden door andere factoren, het kan bijvoorbeeld vervluchtigen in de vorm van ammoniak. Vloertype, dakisolatie en de frequentie van mixen hebben hier weer invloed op. Bij fosfaat is dit niet het geval, daardoor is het gehalte hiervan in de mest sterker in verband te brengen met de voeding.

De praktijk
Allemaal leuk, maar wat betekent dit nu voor u als ondernemer? Besef goed dat de gemiddelde mest eigenlijk niet bestaat. Belangrijk is dat u weet hoe de benutting van de voeding door uw vee is: Voert u op het scherpst van de snede (wat betreft mineralen) dan kunnen de gehaltes in de mest best weleens tegen vallen. Krijgt het vee daarentegen een rijk rantsoen, dan kunt u misschien wel volstaan met wat minder kuubs mest per hectare of met een lagere kunstmestgift. Ook de benutting van de mest speelt daarin een grote rol. Maar als u echt wilt weten hoe de mest op uw bedrijf is en hoe u de mest op uw bedrijf optimaal kunt benutten, dan ontkomt u er niet aan zelf een mestmonster te nemen.

Meer informatie over dit onderwerp is te verkrijgen bij Tim van Noord, 06-82797770, t.van.noord@ppp-agro.nl.

Print
0 Reacties

Categorieën: NieuwsAantal views: 930

Tags: benuttingmestmestmonster

Beheerder websiteBeheerder website

Andere items van Beheerder website

Contact auteur

Uw naam
Uw e-mailadres
Onderwerp
Geef uw bericht in ...
x