Zorgt een volle stal ook voor een volle portemonnee?

De fosfaatproblematiek blijft ons allemaal flink bezig houden. Lichte toets uitvoeren, planning van het vee, jongveegetal, grondgebondenheid, mestbalans, ureum, stikstofbenutting enz enz. Dag en nacht kun je er mee bezig zijn. Soms zodanig dat ik weleens de verzuchting hoor: Ik ga maar weer eens de stal in om me bezig te houden met de koeien. Daar ben ik immers boer voor geworden.
Maar ook hier word je geconfronteerd met de werkelijkheid van alle dag; lege plaatsen en volgend jaar wellicht nog meer want de melkproductie valt niet tegen en dat betekent met de nieuwe regels veelal dat je volgend jaar minder dieren mag houden of……….fosfaatrechten moet aankopen. Velen neigen naar het laatste want de stal moet vol “anders boer je achteruit”. En ……”een volle stal geeft een blij gevoel” zijn uitspraken die je onderweg nog al eens hoort. Maar word je van een volle stal ook blij in je portemonnee?

Wie bepaalt de prijs?
Voor 1 koe zonder jongvee is alleen voor fosfaatrechten al snel een investering nodig van € 8.000 - € 9.000. Bedragen die een vleug van herkenning oproepen aan de tijd van het melkquotum. Waarop zijn die bedragen echter gebaseerd? En zijn dat bedragen waar iedereen geld aan kan verdienen? Als je dat nader onderzoekt, blijkt al snel dat de prijs bepaalt wordt door degenen die het meest willen én het meest kunnen betalen. Dat zijn: 
1. Ondernemers die (veel) geld op de bank hebben staan.
2. Ondernemers die veel geld op de bank hebben staan en op saldo basis berekenen dat ze:
Geen mest hoeven af hoeven voeren voor de extra koeien
Voldoende voer van eigen land hebben
Geen grond bij huren
Voldoende buffer hebben voor tijden van een lage melkprijs
Er op rekenen dat de investering in rechten fiscaal aftrekbaar wordt
Er vanuit gaan dat fosfaatrechten lang blijven
Een volle portemonnee zorgt dan wel voor een volle stal maar op de langere termijn gaat het omgekeerde zeker niet altijd op; wordt namelijk rekening gehouden met de vaste kosten op een bedrijf dan is het huidige prijsniveau niet te verdedigen.

Wanneer komt de korte termijn de lange termijn tegen? 
Dat is vooral bij investeringen in grond en gebouwen en bij een bedrijfsovername. Dan blijkt of het bedrijfsbeleid goed is geweest of niet. In de praktijk blijkt dat het meestal goed is bij de ondernemers die cijfermatig een goed inzicht in hun bedrijf hebben, minimaal eens in de 5 jaar serieus stil staan bij de lange én de korte termijn en een goede adviseur hebben die hen niet alleen naar de mond praat. 
Ik merk dat korte termijn beslissingen zoals aankoop van fosfaatrechten steeds vaker een goede aanleiding blijken te zijn om ook de lange termijn eens onder de loep te nemen. Een goede besteding van de pegels op korte termijn moet immers in evenwicht zijn met het perspectief op lange termijn. Uiteindelijk geeft dat het meeste plezier. Praat er eens over met uw PPP-adviseur!


Print
0 Reacties

Pietjan de JongPietjan de Jong

Andere items van Pietjan de Jong

Contact auteur

Uw naam
Uw e-mailadres
Onderwerp
Geef uw bericht in ...
x