Checklist voor meer eiwit van eigen land

Bij de meeste Nederlandse melkveehouders daalde het percentage eiwit dat het bedrijf van eigen land gebruikte in 2018. Deze trend was ook terug te zien bij de 7 deelnemers aan het project ‘Eiwit van eigen land’. In 2017 lag het aandeel eiwit dat het bedrijf van eigen land gebruikte op deze bedrijven nog op gemiddeld 64%. In 2018 lag dat percentage een stuk lager met 52%.

Eén keer per jaar worden resultaten en plannen van de deelnemers in dit project tegen het licht gehouden. Zo werden afgelopen voorjaar de resultaten van 2018 besproken in een individueel bezoek. Daarbij is rekening houdend met de uitgezette monitoring op twee groeiseizoenen (2017 en 2018), een plan opgesteld voor 2019 om meer eiwit van eigen land te gebruiken. Daarvoor is een checklist ontwikkeld en gebruikt (zie kader hieronder). In de gesprekken werd duidelijk dat veehouders aan de slag gaan, mits er een goede analyse ligt en duidelijke handvatten zijn om op te sturen.

Checklist voor meer eiwit van eigen land

Verder kwam in beeld dat weerseffecten een grote invloed hebben op individuele jaren en een meerjarig gemiddelde essentieel is. Ook werd bevestigd dat de invloed van de (voer)adviseur groot is en bepalend wordt hoe de melkveehouder regie heeft over zijn eigen (ruw)voerproces. Tot slot werd duidelijk dat binnen Nederland globaal twee groepen bedrijven met uitdagingen te onderscheiden zijn; a) bedrijven met een tekort aan ruwvoer en eiwit en b) bedrijven met voldoende eiwit, waar de benutting verder verhoogd zou moeten worden. Dat vraagt ook een verschillende aanpak in oplossingsrichting.

Bereken eiwitopbrengst van eigen land

Het verbruik ’eiwit van eigen land’ bereken je door de eiwitopbrengst van eigen land te delen door de totale eiwitopname door de veestapel. Om dit getal te verhogen zijn er dan globaal 2 strategieën; de oogst van eiwit verhogen, en de totale hoeveelheid eiwit in het rantsoen verlagen.

Voorbeeld berekening

In de voorbeeldberekening werken we dit verder uit. De eiwitopbrengst wordt in de uitgangssituatie op 65 gesteld, en de behoefte op 100. Als je dit op elkaar deelt dan kom je op 65% uit. Als je de behoefte gaat verlagen (90 in plaats van 100) en de oogst blijft hetzelfde, dan gaat de benutting omhoog naar 72% Als je andersom de opbrengst verhoogt (van 65 naar 70) en de behoefte gelijk houdt, gaat de benutting omhoog naar 70%. En combineer je beide maatregelen dan gaat de benutting nog veel harder omhoog naar 78%.

 

 

Kansen bij verlagen eiwitbehoefte

In het project hebben we gemerkt dat deelnemers eerder energie zetten op opbrengstverhoging, en minder op verlagen van de totale eiwitbehoefte. En juist daar lagen bij de deelnemers behoorlijk wat kansen. Zo zijn er bij eenzelfde hoeveelheid melk per hectare verschillen van ruim 312 kilo eiwitopname (50 kilo stikstof). Bij eenzelfde gewasopbrengst geeft dit dan al een hogere eiwitbenutting van 8%. En daarnaast ook betere resultaten op scores voor andere onderdelen als broeikasgasemissie en ammoniakemissie.Aanbeveling vanuit dit project is dan ook om werk te maken van de optimalisatie van de rantsoenen. Een eiwitgehalte van rond of net onder de 160 is een prima doelstelling om samen met uw adviseur aan te gaan werken.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Barend Meerkerk mail b.meerkerk@ppp-agro.nl

Voor het volledige artikel klik hier

 

Print
0 Reacties

Categorieën: Nieuws, KringloopwijzerAantal views: 351

Tags: eiwit van eigen land

Barend MeerkerkBarend Meerkerk

Andere items van Barend Meerkerk

Contact auteur

Uw naam
Uw e-mailadres
Onderwerp
Geef uw bericht in ...
x